: Piet Gerards
Interview n.a.v. verwerving archief Piet Gerards door Meermanno, Huis van het boek in Den Haag
door Anke Broeren
(Leeslint, mei 2019)
lijn

‘Misschien 5000?’ is het antwoord van Piet Gerards op de vraag van Rickey Tax naar de omvang van zijn archief.
Op 1 juli 2018 verwierf Museum Meermanno het werk van grafisch ontwerper Piet Gerards (Heerlen, 1950). Het is tevens de datum waarop hij stopte met zijn, in het centrum van Amsterdam gevestigde studio Piet Gerards Ontwerpers, die zo’n veertig jaar eerder, rond 1980 in Heerlen zijn oorsprong vond.
Een exact overzicht van de inhoud van de vele verhuis- en archiefdozen is pas later te geven. Wel is duidelijk dat boeken met een geschat aantal van 750 een belangrijk onderdeel van het oeuvre uitmaken. Het archief omvat naast boeken - waarvan er maar liefst 37 werden bekroond - ook postzegels, affiches, huisstijlen, kalenders, jaarverslagen, tijdschriften, brochures en eigen uitgaven.
Het is dinsdag 23 april 2019 wanneer Piet Gerards te gast is in Museum Meermanno. Die middag interviewt Rickey Tax, hoofd Collectiebeheer, de schenker van dit omvangrijke archief waar het museum vanzelfsprekend bijzonder mee verguld is. In een duizelingwekkend tempo passeren allerlei onderwerpen de revue en het interview duurt een kleine drie uur.

In 2003 verscheen je monografie Werktitel: Piet Gerards, grafisch ontwerper* bij Uitgeverij 010. Hoe kwam dit boek tot stand?
Auteur Ben van Melick beschreef stap voor stap met een indringende blik de ontwikkeling die ik heb doorgemaakt. Door zijn tekst heen vlocht ik vijftig zelf gekozen, bepalende werkstukken uit mijn oeuvre die ik van commentaar voorzag.

En de titel van de monografie?
‘: Piet Gerards’ was een van de potentiële titels. Voor de dubbele punt heeft in de loop der jaren namelijk behalve ‘grafisch ontwerp’ ook gestaan: ‘druk’, ‘organisatie’, ‘productie’, ‘concept’ en ‘uitgave’. De uitgever vond de titel echter te verwarrend. Uiteindelijk werd het Werktitel: Piet Gerards, grafisch ontwerper.

Je bent zelf ook uitgever.
In mijn allereerste boekuitgave staat ‘Uitgeverij AAP’ op de titelpagina. AAP staat voor Anarcho Artistieke Produkties, een klein collectief dat ontwerpen, drukken (offset en zeefdruk), uitgeven en exposeren wilde combineren.
Vanaf medio jaren tachtig verscheen onder de naam Gerards & Schreurs - met goede vriend Joep Schreurs (1952-1999) - een twintigtal boeken, meestal literair van aard. Vrijwel gelijktijdig ben ik uitgeverij Huis Clos gestart. Aanvankelijk een private press, maar al snel werd het drukwerk uitbesteed. De financiële ruimte was beperkt, maar deze begrenzing daagt mij juist uit. Tot 2018, toen Huis Clos stopte, verschenen negenenzestig titels.

Is deze beperking van middelen en de uitdaging die deze met zich meebrengt, een reden waarom je het werk van Stefan en Franciszka Themerson (Gaberbocchus Press) zo aantrekkelijk vindt?
Ik vind de beperking van de ene kant heerlijk. De grenzen zijn bepaald en voor de rest ben je vrij. Om Henry Ford te citeren: ‘Any customer can have a car painted any colour that he wants as long as it is black.’
Van de andere kant is het goed om juist van bepaalde voorkeuren af te wijken. Ik vind de vormgeving eigenlijk het minst belangrijke aan een boek. Zaak is om de boodschap c.q. inhoud zo goed mogelijk over te brengen en tot zijn recht te laten komen. Als dat lukt, blijkt de vormgeving ook geslaagd.

Uit je biografie komt je anarchistische en activistische achtergrond naar voren. Ik vraag mij af hoe dit zich verhoudt in de relaties met opdrachtgevers?
Het verschilt per opdrachtgever enorm. Ik probeerde de sympathie te winnen van de opdrachtgever. Meestal is het de eerste keer aftasten. Ik zou zo een aantal voorbeelden kunnen noemen waar de eerste samenwerking niet tot iets geweldigs heeft geleid. Bijvoorbeeld mijn eerste samenwerking met architect Herman Hertzberger, wiens werk ik enorm bewonderde, was tamelijk voorzichtig. Maar onze tweede samenwerking, een boek over het Chassé Theater in Breda,* werd een groot succes.

In de monografie komt wel duidelijk naar voren wat je allemaal gedaan hebt. Wat zijn je meest favoriete projecten?
Dat zijn vaak de grote multidisciplinaire projecten die ik zelf bedacht, meestal een tentoonstelling met een publicatie. Een goed voorbeeld is het project ‘i10 sporen van de avant-garde’ uit 1994,* een tentoonstelling over het avant-garde tijdschrift i10 (1927-1929) in het hoofdkantoor van het ABP die uitgroeide tot een heus evenement. Zo waren er samenwerkingen met musea, er werden theatervoorstellingen en concerten georganiseerd, een filmnacht en er kwam ook een cd uit. Een project met een inhoudelijk sterk boek waarin alles samenkomt. Een soortgelijk initiatief is het boek Complot rond een vierkant* en de gelijknamige expositie in het Provinciehuis in Maastricht in 2010, gewijd aan de Goodwill-reeks van Drukkerij Rosbeek. Een heel mooi project, waaraan medewerker Maud van Rossum een grote bijdrage leverde.
In 2007 organiseerde ik in samenwerking met o.a. Dinu Dumbravician, Warren Lee en David Quay ‘Atelier Tipografic Olanda Romania’ in Boekarest (Roemenië),* een uitwisselingsprogramma over grafische vormgeving tussen studenten van verschillende academies in Nederland en Unarte Boekarest. Drie jaar later vond er een reprise plaats waaraan ook studenten van Oostenrijkse academies meededen.*

Zijn er vakboeken die invloed op je hebben gehad?
Pioneers of Modern Typography van Herbert Spencer uit 1969. De eerste editie kocht ik destijds in de boekhandel van het Stedelijk Museum in Amsterdam en staat nog altijd in mijn boekenkast, net als Boek over het maken van boeken van Huib van Krimpen uit 1966. Mijn omvangrijke vakbibliotheek staat inmiddels in de academie van Boekarest.

Op de laatste vraag over zijn favoriete object uit de collectie van het museum schiet hem in eerste instantie het werk van Helmut Salden te binnen. Maar hij voegt er meteen aan toe dat hij graag nog eens langs wil komen om die vraag goed te kunnen beantwoorden.

Piet Gerards is zelf geen onbekende van het museum. Zo heeft hij in 2003 de vormgeving van de tentoonstelling over H.Th. Wijdeveld en de bijbehorende catalogus verzorgd.* En speciaal voor de tentoonstelling ontwierp hij een serie in de stijl passende vitrines. Deze aaneengeschakelde rode en donkergrijze vitrines worden na al die jaren nog altijd veelvuldig gebruikt door het museum.

lijn